De commissie Frijns is met haar rapport gekomen en de inhoud verbaast eigenlijk niemand die de pensioenwereld een beetje volgt. Tegelijk is het rapport ontluisterend, en het is daarom nuttig de hoofdpunten de revue te laten passeren. Het zal daarbij de oplettende lezer opvallen dat zeer veel van de kritiek van de commissie Frijns in feite al heel lang op deze website te lezen is.
● Besturen van pensioenfondsen moeten zich veel meer naar buiten richten en veel beter met de deelnemers communiceren.
Wat het rapport Frijns niet vermeldt, waarschijnlijk omdat men denkt dat het een open deur is, is dat de deelnemers niet misleid moeten worden. Helaas gebeurt dat in de prakrijk wel. In het pensioenoverzicht dat het ABP in januari 2010 aan alle deelnemers toezond, worden verhullende opmerkingen gemaakt over na-indexatie, terwijl de werkelijkheid is dat mensen die vanaf 1 januari 2004 gepensioneerd zijn, ongeveer twee pensioenmaanden aan achterstallige indexatie niet uitbetaald hebben gekregen. Hierdoor worden gepensioneerden ten opzichte van werkenden op grote achterstand gezet. Bovendien zal deze achterstand alleen maar snel toenemen. Ook vergelijkt het ABP de ontwikkeling van de pensioenen in dit bericht niet met de looninflatie, maar met de prijsinflatie. Nu staat uitermate duidelijk in de missie van het ABP dat men de looninflatie wil bijhouden. De vergelijking met de prijsinflatie is dus in feite irrelevant en dient alleen om de deelnemer in slaap te sussen. Natuurlijk vermeldt het ABP bij de genoemde prijsinflatie ook niet wat de betekenis van die cijfers is. Zo wordt geen rekening gehouden met de dikwijls grote toename in de kosten van gemeentelijke belastingen, de sociale verzekeringen en – niet te vergeten – de zorg. Ook het feit dat de cijfers berekend worden voor de bevolking als geheel zonder rekening te houden met de speciale omstandigheden van gepensioneerden helpt hierbij niet.
● Pensioenfondsbesturen, vooral die van bedrijfstakpensoenfondsen, zijn paternalistisch en weinig democratisch. De stuitende taferelen die we meemaken met wat bijvoorbeeld het ABP medezeggenschap noemt, en de minachting voor al diegenen die de moed hebben kritiek te hebben, onderstrepen deze stelling van de commissie Frijns helaas meer dan ons lief is.
● De commissie Frijns stelt vast dat de risico’s voor pensioenfondsdeelnemers groter zijn dan ooit tevoren. Gepensioneerden weten dat uit eigen pijnlijke ervaring. Het is daarom bizar dat het bestuur van het ABP nog steeds van mening is dat men gepensioneerden en andere thans niet vertegenwoordigde belangengroeperingen buitenspel kan zetten. Bij het programma Kassa heeft de NBP de herstelplannen van de vijf grootste bedrijfstakpensioenfondsen door- gerekend. Daarbij bevond het ABP zich in de achterhoede. Zolang het ABP de cijfers en consequenties van het eigen herstelplan bagatelliseert en blijft stellen dat men alles uitstekend gedaan heeft, moet gevreesd worden dat er nog wel een paar commissies Frijns nodig zullen zijn om dit soort arrogantie uit de wereld te helpen.
● Het beleggingsbeleid van veel pensioenfondsen is gebrekkig, mede omdat in de besturen professionele kennis omtrent beleggen en economisch risicobeleid grotendeels ontbreekt. Opnieuw iets wat we als NBP al tijden beweren. In het Financieel Economisch Magazine (FEM) van 22 augustus 2009 wordt aangegeven dat slecht twee leden van het ABP bestuur kennis van economisch risicomanagement bezitten. Helaas kiest het ABP tot op de dag van vandaag voor financiële brekebenen als Borghouts en Nijpels in bestuurlijke topfuncties. Wanneer daarop aangesproken door critici is de verdediging dat het bestuur geen zeggenschap heeft over dit soort benoemingen. Men geeft dus openlijk toe dat het zelfreinigend vermogen van het eigen bestuur nihil is.
Duidelijk is dat op hoofdpunten de commissie Frijns de vinger op diverse zere plekken legt. De bedrijfstakpensioenfondsen riepen natuurlijk meteen dat ze eigenlijk al geruime tijd bezig waren om allerlei verbeteringen aan te brengen. Deze retoriek valt slecht bij gepensioneerden die als ervaringsdeskundigen precies weten wat er aan de hand is.
Aangezien het ABP door eigen toedoen regelmatig negatief in de publiciteit is, probeert men nu in de media wat tegenspel te bieden. De opmerkingen van het ABP zouden aan overtuigingskracht winnen, als men de feiten als uitgangspunt zou nemen, en niet een eigen verwrongen versie van de werkelijkheid. Zo maar wat voorbeelden. De NBP beklaagt zich in de tweede Open Brief dat het ABP nooit antwoord heeft gegeven op de eerste Open Brief. Het ABP ontkent dit, en laten we kijken hoe:
Op 2 oktober 2009 verzonden we onze eerste Open Brief aan het ABP. Op 7 oktober 2009 lazen we in het Financieele Dagblad (FD) als reactie van het ABP naar aanleiding van deze eerste Open Brief:
ABP: ‘We nemen klachten serieus’
ABP zegt dat het ‘alle klachten serieus neemt, of ze nu van een individuele deelnemer of van een organisatie komen. Daarmee proberen wij onze service en klanttevredenheid verder te verbeteren. Want we hebben een groot gezamenlijk belang en dat is het behoud van het collectieve pensioenstelsel.’
Recent heeft De Lange overleg gevoerd met het voltallige ABP-bestuur, zo geeft de woordvoerder aan. ‘Op basis daarvan weten we dat ook hij het pensioenstelsel een warm hart toedraagt. Overigens zal ABP de heer de Lange, zoals gebruikelijk bij alle brieven die het pensioenfonds ontvangt, een persoonlijk antwoord sturen.’
Hoe zit het echt? Het NBP sprak op 8 september 2009 met de directeur van het ABP bureau (Nicole Beuken) en de directeur Fondsrelaties van de APG (Marjo Pluijmaekers – niet van het ABP dus). Deze dames zitten niet in het ABP bestuur en hebben geen beleidsbepalende functie. We stelden een aantal problemen aan de orde, maar beide dames hadden en hebben geen mandaat om voor het bestuur te spreken. Na het gesprek bleef enige terugkoppeling van de zijde van het ABP bestuur uit. Nog los van het feit dat er nooit overleg heeft plaatsgevonden met het voltallige ABP bestuur, of zelfs maar met enig lid van het ABP bestuur (waarom wordt dit soort onjuistheden gedebiteerd?), wordt in het FD toch een antwoord beloofd.
Nu, na onze tweede Open Brief van 11 januari 2010 lezen we op 13 januari iets heel anders op de website van FDSelections:
“‘De eerdere open brief is alleen niet beantwoord,omdat er geen nieuwe punten in stonden en de brief, in de ogen van het bestuur een ander doel diende dan het gesprek met ABP aan te gaan. Andere brieven zijn wel beantwoord. ”
Opnieuw, verdraaiing van de feiten. Bij de NBP zijn overigens geen andere brieven bekend die in de afgelopen maanden door onze organisatie verstuurd en door het ABP beantwoord zijn. Ondanks het, uitermate schamele, verweer van het ABP blijft onze kritiek op alle punten overeind. Ik nodig het ABP-bestuur uit gedocumenteerd en publiekelijk de hier genoemde feiten te weerspreken, danwel er verder het zwijgen toe te doen. Het vervuilen van de discussie met verwarrende of onjuiste berichtgeving is een organisatie als het ABP onwaardig. Of speelt het gebrek aan zelfreinigend vermogen het ABP bestuur opnieuw parten?
Samenvattend, hoewel de conclusies van de commissie Frijns nauwelijks opzienbarend te noemen zijn, is het te hopen dat de politiek nu eindelijk de enorme problemen in de pensioenwereld serieus neemt en adequate maatregelen treft. Voor zowel ouderen als jongeren is het verstandig zich bij de komende verkiezingen te laten leiden door hoe de diverse politieke partijen zich in het pensioendebat opstellen. Uw financiële toekomst is meer dan ooit in het geding, en uw eigen invloed daarop essentieel.