In een reactie van het ABP in het Parool van 14 januari 2010 heeft het ABP vergaande kritiek op de berekeningen van de NBP, vermeld in de Open Brief van 11 januari, en samengevat in het Parool van 13 januari 2010. De kritiek van het ABP luidt als volgt: “De optelsom die de NBP maakt geeft helaas een vertekend beeld. Indien de pensioenen sinds 2004 altijd volledig zouden zijn geïndexeerd, zouden zij nu 6,65% hoger zijn.” Geen 16,2% dus.
Toch maar weer eens de controleerbare feiten. De tabel die de NBP geeft in de Open Brief is als volgt:

Om de zaak niet nodeloos te compliceren zijn relatief kleine effecten zoals renteverlies over niet betaalde indexatie, en het doorrekenen van niet uitbetaalde indexaties in enig jaar over die in voorgaande jaren buiten beschouwing gelaten. Wel meenemen van deze effecten zou de eindcijfers nog enigszins verhogen.
De ambitie van het ABP is om voor gepensioneerden de looninflatie (niet de prijsinflatie) bij te houden. Met andere woorden, de inkomensontwikkeling van gepensioneerden mag niet achterblijven bij die van werkenden, en dus is het de bedoeling om de loonontwikkeling in de sectoren onderwijs en overheid te volgen. Die loonontwikkeling wordt elk jaar vastgesteld, en deze getallen komen voor in de tweede kolom “Te indexeren”.
Het ABP betaalt al dan niet volledige indexatie op 1 januari van het jaar daarop volgend. Dit zijn de getallen in de derde kolom “Indexatie”. Vaak was de indexatie onvolledig, en dan wordt er af en toe wat “Ingehaald” (vierde kolom). Tot dusver geen conflict met het ABP, over al deze cijfers zijn we het eens. Dat kan ook moeilijk anders, want zij worden jaarlijks door het ABP gepubliceerd en door ons overgenomen.
In de vijfde kolom geeft de NBP aan wat elk jaar het tekort (verschillen tussen kolommen twee en drie) is. Ook de kolom “Cumulatief” zal geen problemen opleveren; de daarin gegeven cijfers zijn de voortgezette optelling van de waarden uit de kolom “Tekort”. Dit telt vanaf 1 januari 2004 t/m 1 januari 2010 op tot 6,65%, precies het bedrag dus dat het ABP noemt in het Parool artikel.
In de laatste kolom “Ingeleverd” worden de bedragen vermeld, die gepensioneerden totaal niet ontvangen hebben. Hoe komt die kolom tot stand?
● In 2004 is er 0,88% niet geïndexeerd, tekort op het einde van het jaar: 0,88%
● In 2005 is die 0,88% niet ingehaald, nee er wordt daarbovenop 0,03% niet geïndexeerd, dus in 2005 kom je 0,88% + 0,03% tekort: 0,91%
Op het einde van 2005 heb je al ingeleverd: 1,79%
● In 2006 is die 0,88% + 0,03% niet ingehaald, bovendien wordt er 0,21% niet geïndexeerd. Dus in 2006 0,88% + 0,03% + 0,21% tekort: 1,12%
Op het einde van 2006 heb je ingeleverd: 2,91%
● Ook in 2007 wordt er 0,84% te weinig geïndexeerd. In dat jaar kom je 0,88% + 0,03% + 0,21% + 0,84% = 1,96% tekort
Tot en met 2007 hebben gepensioneerden te weinig ontvangen: 4,87%
● In 2008 wordt volledig geïndexeerd en de 0,88% + 0,03% + 0,021% + 0,84% die in de voorafgaande jaren te weinig zijn geïndexeerd wordt nageïndexeerd. Er ontstaan in dat jaar geen nieuwe tekorten. De 4,87% die gepensioneerden in de loop van de jaren niet hebben ontvangen worden echter niet nabetaald. Wij noemen dat inhaalindexatie en daar valt met het ABP niet over te praten.
● Per 1 januari 2009 had er 4,73% geïndexeerd moeten worden, maar er wordt in het geheel niet geïndexeerd, tekort: 4,73%
Het tekort voor de gepensioneerden loopt op tot: 9,60%
● In 2010 wordt een fractie geïndexeerd en 1,92% niet. In het huidige jaar lopen wij dus niet alleen de 4,73% van het vorige jaar mis maar ook de 1,92% van dit jaar: 6,65%
Totaal percentage dat de gepensioneerden tot nu toe gemist hebben: 16,25%
Samenvattend, het is maar een deel van de waarheid (en dus misleiding) om alleen te melden, zoals het ABP doet, hoeveel het pensioen over de periode 2004-2010 is uitgehold door het niet volledig uitkeren van de indexatie. Die manier van presenteren verhult namelijk hoeveel gepensioneerden concreet hebben ingeleverd. Veel beter is, en dat is precies wat de NBP doet, om cumulatief uit te rekenen wat iedereen die vanaf 2004 gepensioneerd was bij het ABP tekort is gekomen. De trieste werkelijkheid is dat dit bedrag over de periode van 1.1.2004 tot 1.1.2010 al zo’n twee maandpensioenen bedraagt en per jaar snel oploopt. Dit is wat de NBP beweert. Als het ABP inderdaad zo gesteld is op transparantie als het in al zijn publicaties claimt te zijn, zou het de NBP-cijfers ten voorbeeld moeten nemen in plaats van deze te bestrijden.
Het is waarachtig te wensen dat de actuarissen bij het ABP meer elementaire rekenkennis in huis hebben dan het bestuur van deze organisatie. Het is beschamend dat een organisatie van vrijwilligers als de NBP deze zogenaamde professionals rekenkundig moet corrigeren op pensioengebied. Zou het verwijt dat de ABP bewust de cijfers presenteert op een wijze die zo weinig mogelijk commotie en protest uitlokt dan toch kloppen?