33192 Gebruik biometrie bij identificatie vreemdelingen
C.A. de Lange (OSF)
Mevrouw de voorzitter,
De asiel- en vreemdelingenproblematiek blijft ons al heel lang bezighouden. Ik wil niet mijn uitgebreidere betoog herhalen dat ik op 12 november 2013 gehouden heb bij de behandeling van wetsvoorstel 33293 over de herschikking van de gronden voor asielverlening. Zowel voor de Nederlandse samenleving als voor asielzoekers en vreemdelingen die te goeder trouw zijn is het van belang om snel en effectief de identiteit te kunnen vaststellen. Snel. omdat daarmee voorkomen wordt dat asielzoekers en vreemdelingen die om toegang verzoeken niet langdurig in een juridisch niemandsland ronddolen. Effectief. omdat er een groot belang is om de frauderende bokken van de goedwillende schapen te scheiden. Beide doelstellingen zijn noodzakelijk om onder de bevolking draagvlak te houden op het gebied van een humaan asiel- en vreemdelingenbeleid. Met de beleidsdoelstelling van het voorliggende wetsvoorstel als zodanig heeft mijn fractie dan ook geen moeite. Het voorkomen van fraude in dit maatschappelijk uiterst gevoelige dossier dient waar mogelijk voorkomen te worden en dat vereist adequate wetgeving die snel ingrijpen mogelijk maakt.
Maatregelen om te komen tot een snelle en effectieve identificatie dienen uiteraard getoetst te worden aan grondrechtenbepalingen die gelden voor ieder individu. Dat daarbij een spanningsveld optreedt, is onvermijdelijk. Hierbij dient overwogen te worden of de inbreuk die de middelen tot identificatie maken op de persoonlijke levenssfeer proportioneel zijn. Voorts dient bezien te worden in hoeverre de voor het doel van identificatie verkregen gegevens adequaat beveiligd zijn, voor hoe lang deze gegevens opgeslagen worden, en of ze uitsluitend voor het beoogde doel gebruikt worden. Bij het voorliggende wetsvoorstel gaat het om het verkrijgen en registreren van gezichtsopnames en afdrukken van alle vingers voor zover aanwezig.
Bij asielzoekers worden bovengenoemde biometrische gegevens al langer gebruikt voor identificatie. Tussen 2008 en 2011 bleek bij ongeveer 44000 asielaanvragen in Nederland dat in ruim 20% van de gevallen de betreffende asielzoeker al eerder in ons land verbleef, en dat bij zo’n 40% van de gevallen de asielzoeker reeds eerder in één of meer Dublin-landen was geregistreerd. Deze voorlopige maar onvolledige analyse laat in elk geval zien dat er voor de categorie asielzoekers wel degelijk een probleem is dat via registratie van biometrische gegevens inzichtelijk wordt gemaakt. Toch doet het nemen van vingerafdrukken enigszins gedateerd aan. Kan de staatssecretaris uitleggen waarom niet wordt gekozen voor een dna-profiel als identificatiemiddel? De betrouwbaarheid daarvan is waarschijnlijk vele malen groter dan die van vingerafdrukken. Bovendien kan een dna-profiel niet gemanipuleerd worden. Ook de kosten ervan nemen ieder jaar af.
De Raad van State gaat in zijn advies zeer uitgebreid in op wat de voorgestelde wetgeving betekent voor de persoonlijke levenssfeer. Dit advies acht mijn fractie van groot belang, omdat onze samenleving zich kenmerkt door een enorme mate van naïviteit op het terrein van privacy-bescherming. De punten die in het advies aan de orde komen zijn de bewaartijd van de gegevens, de regels omtrent de bevoegdheid tot de verwerking van de gegevens, het feit dat de bevoegdheid om de gegevens te gebruiken zeer ruim kan zijn, het feit dat gegevens soms ook aan derden ter beschikking worden gesteld, en het feit dat vervoerders kunnen worden verplicht biometrische kenmerken te verzamelen. In de schriftelijke voorbereiding komen deze zaken uitgebreid aan de orde, waarbij de regering gelukkig diverse punten van kritiek ter harte neemt. Wat mijn fractie betreft is het belangrijkste onderwerp van zorg dat de opgeslagen gegevens voor andere doeleinden worden gebruikt dan waarvoor ze zijn ingezameld. Helaas leert de ervaring dat als iets technisch mogelijk is, de verleiding om de gegevens voor heel andere doeleinden te gebruiken moeilijk te weerstaan is. Graag hoort mijn fractie van de staatssecretaris hoe hij met dit probleem, dat overigens niet is voorbehouden aan de overheid of aan het vreemdelingenbeleid alleen, denkt om te gaan. Het feit dat vervoerders een rol zouden krijgen bij het verzamelen van privacy-gevoelige informatie lijkt mijn fractie principieel onjuist. Ook op dat punt horen we graag een nadere toelichting.
Natuurlijk hangt de veiligheid van biometrische gegevens sterk af van de kwaliteit van het ict-beleid dat de overheid voert. Dat beleid stemt niet altijd optimistisch, gezien de ernstige onvolkomenheden die regelmatig aan het licht komen. Dat de overheid op dit punt dan ook vergaande garanties zou kunnen verstrekken, lijkt mijn fractie een vorm van illusoir wensdenken dat niet door de feiten gedekt wordt. Om echter het vreemdelingenbeleid, en in het verlengde daarvan alle beleidsvoornemens die een hoog gehalte aan privacy-gevoeligheid hebben te laten wachten tot de overheid haar ict- handelen perfect op orde heeft, gaat wellicht ook wat ver. In die zin moeten we als samenleving bereid zijn tot op zekere hoogte met imperfecties te leven.
Een ander punt van zorg zijn de categorieën vreemdelingen op wie de wetgeving wel of niet zal gaan worden toegepast. Omdat Nederland op het punt van vreemdelingenbeleid de Europese wetgeving onderschrijft, is het voorliggende wetsvoorstel niet van toepassing op unieburgers en hun familieleden, omdat voor hen dit een niet-gerechtvaardigde discriminatie ten opzichte van onderdanen van het gastland zou opleveren. Mijn fractie betreurt dat, maar beseft tegelijkertijd dat Nederland zich vrijwillig heeft overgeleverd aan een Europees regime met deze implicaties. Niettemin moet onder ogen worden gezien dat, zeker ook binnen de Europese Unie, op veel fronten sprake is van vormen van fraude die nu op basis van een aanpassing van de vreemdelingenwet niet meer door Nederland afzonderlijk aangepakt kunnen worden. Deze gegeven situatie betekent dat wij minder dan voorheen in staat is zijn onze belangen op het gebied van vreemdelingenbeleid in eigen wetgeving vast te leggen. Mijn fractie is voorstander van een meer gecontroleerd en op een aantal punten restrictiever toelatingsbeleid dan nu mogelijk is, en betreurt daarom deze ontwikkeling. Ik kom tot een afronding van mijn eerste termijn. Mijn fractie kan goed leven met de uitgangspunten van de voorliggende wetgeving en zou in feite meer mogelijkheden wensen ter aanscherping van het vreemdelingenbeleid dan thans op basis van de Europese wetgeving mogelijk is. Vooralsnog zal dit waarschijnlijk een vrome wens blijven, maar voor een discussie over dit punt is het nooit te vroeg. Ten aanzien van de privacy-gevoeligheid en privacy-bescherming van het wetsvoorstel ziet mijn fractie een aantal potentieel ernstige problemen. Er is daarom reden tot zorg. Om mijn fractie enigszins gerust te stellen, is een nadere toelichting op de gesignaleerde punten dan ook geboden. We wachten de beantwoording van de staatssecretaris dan ook met belangstelling af.
Den Haag, 18 november 2013