Mevrouw de voorzitter,
Ik spreek deze bijdrage uit mede namens de Partij voor de Dieren.
Vandaag bespreken we het belastingplan 2014. Reeds bij de Algemene Financiële Beschouwingen die we in de Eerste Kamer op 19 november 2013 mochten houden, zijn de hoofdlijnen van het financieel-economisch beleid uitgebreid aan de orde geweest. Het belastingplan, en de Raad van State stelt dat ook onomwonden in zijn advies, vertegenwoordigt een onsamenhangende verzameling van belastingmaatregelen die Nederland niet structureel vooruit helpt. Vernietigender kan het eigenlijk niet geformuleerd worden, zeker niet in een tijd waarin ons land al vele jaren worstelt met een diepe crisis, en er heel wat meer nodig is dan visieloze acties met als enige doel de staatskas te spekken.
Het voorliggende belastingplan dient twee doelen. Ten eerste gehoorzaamt Nederland, als dit plan tenminste wordt aangenomen, aan de oekaze van de Brusselse begrotingspaus Olli Rehn om in 2014 bovenop de enorme bezuinigingen in eerdere jaren nog eens 6 miljard euro extra te bezuinigen. Daar moeten we overigens niet alleen Olli Rehn op aankijken. Het feit dat een meerderheid van onze volksvertegenwoordiging dit soort maatregelen van een niet gekozen Brusselse bureaucratie over ons zelf heeft afgeroepen, mag evenmin onvermeld blijven. Ten tweede heeft het pakket maatregelen niet alleen de steun van de regeringspartijen, maar ook van een evenmin samenhangende collectie van opportunistische gedoogpartijen. Na eindeloos onderhandelen waarmee alle tijd verspeeld is om met de broodnodige creativiteit naar de financieel-economische crisis te kijken, is het totaalpakket intact gebleven, maar heeft elke gedoogpartner van de ‘constructieve oppositie’ – hoe verzin je zo’n term – wat smakelijke hapjes voor de eigen achterban bijeen gekruimeld. Dat is mooi, maar maakt de uitkomst van het debat van vandaag wel enigszins voorspelbaar, en het debat daardoor niet bijzonder nuttig. Graag de reactie van de minister.
Vanuit een oogpunt van democratische controle kan de gang van zaken niet bevredigend genoemd worden. Het bij elkaar sprokkelen van minimale meerderheden in eindeloos overleg in achterkamertjes heeft zoveel tijd gekost. dat het belastingplan 2014 nu in razende galop door de volksvertegenwoordiging gejast moet worden. Over de Tweede Kamer gaan we hier niet. Wel menen wij dat de Eerste Kamer zichzelf geen dienst bewijst door de huidige tijdsklem te accepteren. Hierdoor heeft de Eerste Kamer zich ten onrechte in een rol laten manoeuvreren die een ‘chambre de réflexion’ onwaardig is. Aan de positie van de Eerste Kamer in ons staatsbestel doet dit alleen maar afbreuk. Dat lijkt ons de bijvangst in de fuik waar de ‘constructieve oppositie’ met open ogen in gezwommen is.
Dit kabinet van frustratie en stagnatie gaat door op de ingeslagen weg en komt met een breed pakket aan lastenverzwaringen, met als voornaamste doel de Rehnse bezuinigingsdoelstelling te halen. Omdat het belastingplan veel ongerelateerde elementen bevat, ontkomen we er niet aan om op details in te gaan. Omdat het in het bestek van een debat niet mogelijk is de schriftelijke voorbereiding nog eens dunnetjes over te doen, zullen onze fracties op een beperkt aantal plannen nader ingaan. Uiteraard betekent dat geen instemming met zaken die we nu niet verder van commentaar voorzien.
Laten we de volgorde aanhouden die de regering heeft gekozen in de Memorie van Toelichting aan de Tweede Kamer van 17 september 2013.
Inkomensbeleid
In algemene zin spreekt de regering voortdurend over een ‘evenwichtig’ belastingpakket. Daar valt op af te dingen. Kennelijk moeten we accepteren dat opnieuw vrijwel iedereen er sterk in koopkracht op achteruit gaat, maar verheugd zijn dat die achteruitgang iedereen in ongeveer gelijke mate zou treffen. De prealabele vraag is uiteraard waarom die cumulatieve achteruitgang onvermijdelijk zou zijn, of toch vooral een gevolg van het in de afgelopen jaren gevoerde regeringsbeleid. Met vele financiële deskundigen zijn onze fracties de laatste stelling toegedaan.
Als de regering poneert dat ‘werken moet lonen’, is dat in zijn simpelheid natuurlijk een te onderschrijven stelling. Niettemin lijkt het onze fracties redelijk om in het verlengde van deze uitspraak daar logischerwijs aan toe te voegen dat ook ‘een levenlang gewerkt hebben moet lonen’. Een eenzijdig focus op tegenwoordige arbeid onder veronachtzaming van vroegere arbeid kan mijn fractie onmogelijk als een evenwichtige benadering zien. Nadrukkelijk zij in dit verband vermeld dat de grote meerderheid van de drie miljoen gepensioneerden in Nederland wat betreft hun aanvullende pensioen al vele jaren geen indexatie hebben ontvangen, en in de afgelopen jaren ook aanzienlijke kortingen op hun nominale pensioen mochten verstouwen. De facto is de koopkracht van verreweg de meeste aanvullende pensioenen over een reeks van jaren met in elk geval 10% of soms veel meer teruggelopen. Aan die neerwaartse trend komt voorlopig geen einde. Gepensioneerden met AOW en een gemiddeld aanvullend pensioen moeten het van deze regering niet hebben, nu niet en in de toekomst niet. Ook bij de gedoogpartners krijgen gepensioneerden de handen niet op elkaar. Hoezo loont werken? In elk geval niet als je er wegens pensioen mee moest stoppen. Graag de reactie van de minister.
In de belastingplannen worden technisch gecompliceerde wijzigingen aangebracht in de algemene heffingskorting en de arbeidskorting, en worden de tarieven van de eerste schijf aangepast. In de Nota naar aanleiding van het verslag, pas op vrijdag 13 december aangeboden aan de Eerste Kamer, worden op pagina 9 weer de obligate koopkrachtplaatjes gepresenteerd. Deze schattingen, zoals gebruikelijk maar zeer ten onrechte niet voorzien van realistische foutenmarges, zien uitsluitend op de gevolgen van de belastingplannen 2014 en latere jaren. Zo worden lokale belastingen en heffingen, die ook nog eens van gemeente tot gemeente sterk kunnen verschillen, buiten beeld gehouden. Dergelijke belastingen en heffingen zijn significant in vergelijking met de directe belastingheffing en kunnen niet straffeloos vergeten worden. Voor gepensioneerden komen daar nog diverse zaken bij die de koopkrachtpositie ongunstig beïnvloeden. In dit verband dient vermeld te worden dat aanvullende pensioenen maar in zeer beperkte mate gevoelig zijn voor overheidsbeleid. Niettemin heeft het jarenlang niet uitbetalen van indexatie en het korten van nominale pensioenen voor velen een desastreuze invloed op hun koopkracht. Ook de zorgkosten voor ouderen vormen in toenemende mate een probleem. Basiszorgpakketten worden weliswaar goedkoper, maar ook steeds verder uitgekleed en voorzien van een groeiend eigen risico. Aanvullende zorgverzekeringen kennen geen acceptatieplicht en stijgen voortdurend in prijs. Koopkracht, met name voor gepensioneerden, is heel wat meer dan uitsluitend het resultaat van directe belastingheffing. Graag de reactie van de minister.
Accijnsverhogingen
Dit kabinet zet zwaar in op accijnsverhogingen van alcoholhoudende producten, tabak, diesel, LPG en alcoholvrije dranken. Nederland is een klein land en heeft daardoor relatief lange grenzen met de aangrenzende landen. Voor consumenten en bedrijven wordt de verleiding wel erg groot om allerlei inkopen in het buitenland te doen. Het kost gezien het brede scala aan artikelen waarop in ons land de accijns verhoogd wordt, weinig moeite om tripjes te plannen die meer dan de moeite waard zijn. De bedrijven en winkels aan de Nederlandse kant van de grens hebben het nakijken. Is dit kabinet niet wat erg luchtig over de gevolgen voor winkels en bedrijven in eigen land die in belangrijke mate en ongevraagd deze problematiek op hun bord gedeponeerd krijgen? Hoeveel werkgelegenheid en belastinginkomsten gaat dat ons weer niet kosten? Onze fracties vinden het curieus dat de geschatte opbrengsten van deze accijnsverhogingen niet gesaldeerd worden met de te verwachten kosten van allerlei aard die dit beleid met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal veroorzaken. Graag de reactie van de minister.
Oldtimers
Als er iets in de belastingplannen voor 2014 tot een enorme stroom reacties van de burgers heeft geleid, is dat zonder een schaduw van twijfel de voorgestelde heffing op oldtimers. De oldtimers zijn dit keer nu eens niet de ouderen zelf, maar gedateerde vervoermiddelen. De emoties van de burger variëren van woedend tot bedroefd, van gelaten tot verontwaardigd, en dat valt goed te begrijpen. De voorstellen komen namelijk zo maar uit de lucht vallen, en zijn financieel behoorlijk ingrijpend. De markt voor oldtimers is binnen de kortste keren ingestort, en veel burgers die te goeder trouw een leuke hobby hebben opgebouwd waarin ze jaren lang geïnvesteerd hebben, financieel en emotioneel, zien de waarde van hun gekoesterde bezit geheel onverwacht verdampen uitsluitend door onaangekondigd overheidsingrijpen. Betrouwbare overheid zei u? Zeker niet in de visie van deze aanzienlijke groep gedreven eigenaren van oldtimers. Dit kabinet haalt als motivering graag het milieuargument van stal. Maar hoe logisch is dat, als de milieueffecten niet zozeer bepaald worden door de leeftijd van de auto, maar veeleer door de staat van onderhoud van de motor? Ligt het niet veel meer voor de hand om belastingheffing dan direct te relateren aan de uitstoot die sowieso regelmatig bij APK keuringen gemeten wordt? Een dergelijke maatregel is tenminste te begrijpen en zou de betrouwbaarheid en logica van het beleid zeer ten goede komen. Een dergelijke aanpak zou ook consistent zijn met de uitvoering van de motie Koffeman c.s. (32 504, nr I) over het meewegen van duurzaamheidseffecten van fiscale maatregelen. Graag de reactie van de minister.
Stamrechten
Dit kabinet stelt voor de eis te laten vervallen dat alle op 1 januari 2014 bestaande stamrechten, die onder de stamrechtvrijstelling vallen, in periodieke termijnen moeten worden uitgekeerd. Deze regeling beoogt te stimuleren dat al langer bestaande stamrechten in het jaar 2014 in één keer worden afgekocht en besteed. Ter aanmoediging wordt slechts 80% van de heffing belast. Echter, er wordt geen verplichting opgelegd, maar betrokkenen wordt de vrije keus gelaten. Deze voorgestelde maatregel is een poging van de regering die past in een bredere aanpak om belastinginkomsten naar voren te halen en om consumptie aan te jagen. Het is dubieus of de kritische burger die zijn toekomstperspectieven op het gebied van werkgelegenheid, pensioen en koopkracht al jaren ziet vervliegen, zich naar die kabinetsplannen zal voegen. De voortekenen zijn niet positief. Wat ontbreekt in de toelichting is dat het naar voren halen van belastinginkomsten natuurlijk ten koste gaat van wellicht hogere belastinginkomsten in latere jaren. Wellicht hoger, omdat het kapitaal, zolang het beklemd blijft in de stamrechtconstructie, rendement accumuleert. In feite komt het voorstel dus neer op een versluierde vorm van potverteren. Graag de reactie van de minister.
Ook op het gebied van pensioenen huldigt dit kabinet een vergelijkbare filosofie. Door het voorgestelde inperken van de Witteveenkaders bespaart de regering nu op de rijksuitgaven, maar ziet zij af van waarschijnlijk hogere belastinginkomsten in de toekomst. Het doet allemaal een beetje denken aan de welbekende eeuwenoude fabel van ‘La cigale et la fourmi’ van Jean de la Fontaine die kennelijk niets van zijn actualiteit verloren heeft.
Geen inflatiecorrectie bij inkomsten- en loonbelasting voor 2014
Een ander heikel punt is het opnieuw niet doorgaan van de inflatiecorrectie bij de belastingheffing. In schril contrast daarmee rekent de belastingdienst wel met een heffings- en invorderingsrente die de huidige inflatie ver te boven gaat. Wel beschouwd zijn we met zijn allen op weg naar een situatie waarbij het grootste deel van ieders inkomen in de hoogste schijf wordt belast. Dit kabinet zal dat tegen die tijd ongetwijfeld presenteren als een indicatie van hoe rijk onze samenleving is geworden, en als triomf van het gevoerde beleid. Onze fracties achten deze maatregel principieel onjuist en dus onwenselijk. Op deze wijze krijgt de overheid een pervers belang bij hoge inflatie. Gesteld wordt dat het niet toepassen van de inflatiecorrectie onderdeel van een pakket aan maatregelen is, dat in de ogen van het kabinet leidt tot een evenwichtige inkomensverdeling en verdeling van de lasten. Het verband tussen genoemde zaken ontgaat onze fracties geheel. De maatregel dient simpelweg om de belastinginkomsten met ruim 2 miljard op jaarbasis te vergroten. De rest is irreële rationalisatie, misleiding in simpel Nederlands. Graag de reactie van de minister.
Leidingwaterbelasting
Tenslotte wordt in een vijfde nota van wijziging voorgesteld de leidingwaterbelasting te verdubbelen en de bovengrens van 300 m3 te laten vervallen. Hierdoor zal ook over het waterverbruik boven 300 m3 leidingwaterbelasting verschuldigd zijn. Het spaarzaam omgaan met leidingwater lijkt onze fracties een wenselijke doelstelling, maar helaas draagt dit wetsvoorstel daar niet aan bij. Wel wordt een enorm verschil in tarieven tussen groot- en kleinverbruikers geïntroduceerd. Het ligt naar onze mening voor de hand om de burger voor wie schoon water een eerste levensbehoefte is, tot een bepaald niveau vrijstelling van leidingwaterbelasting te geven, en om voor grote en kleine industriële verbruikers dezelfde tarieven te hanteren. Graag de reactie van de minister.
Samenvattend
Ik kom tot een afronding van mijn eerste termijn. Onze fracties zijn ervan overtuigd dat het nu al jarenlang in ons land gevoerde bezuinigingsbeleid onder de omstandigheden van een financieel-economische-monetaire crisis volslagen contraproductief is. Economische krimp, gebrek aan vertrouwen, groeiende werkloosheid, frustratie en stagnatie zijn de treurige oogst van dit beleid. Uitgangspunt van het belastingplan 2014 om 6 miljard euro extra te bezuinigen op een wijze die ook nog eens weinig coherentie vertoont en niet tot structurele verbeteringen leidt, onze fracties kunnen een dergelijk beleid onmogelijk steunen. Niettemin wachten wij de reactie van de minister, met name op de door ons aangeroerde punten, met belangstelling af.
Den Haag, 16 december 2014