Belubberd en bedonnerd

Rond 1995 kreeg een bedrag van 32 miljard gulden, overeenkomend met 15 miljard euro, uit de kas van het overheidspensioenfonds ABP, een andere bestemming. In gewone mensentaal, dit bedrag werd, onder goedkeurend geknik van het toenmalige bestuur bestaande uit pensioenillusionisten uit vakbonds- en werkgeverskring, gebruikt om de budgettaire problemen van de Staat der Nederlanden te verlichten. Er was immers sprake van overwinst in de pensioenfondsen, en dat zou maatschappelijk niet aanvaardbaar zijn. Woorden van het kabinet Lubbers (CDA) en Kok (PvdA). De verplichte deelnemers in het fonds werd uiteraard niet naar hun mening gevraagd.

In die tijd dacht men dat privatisering van het ABP in 1996 en uitgebreid beleggen op de aandelenmarkten de ontvreemde 15 miljard ruimschoots zou compenseren. We hebben het geweten. De toen ingezette aanval op het pensioenstelsel werkt door tot op de dag van vandaag. Als dat bedrag toen was weggezet tegen 7%, een rendement dat voor het ABP, zo verklaart men graag, zeer goed haalbaar is, dan zou dat in 15 jaar zijn aangegroeid tot ongeveer 39 miljard. De huidige miserabele dekkingsgraad van niet eens 105 zou dan opeens op 123 komen. Een ander verhaal, een andere wereld, een wereld waarin om de onvergetelijke woorden van Marcel van Dam te gebruiken alle ABP deelnemers niet zouden zijn belubberd.

Het mocht niet zo zijn. Nu, 15 jaar later, is de mentaliteit van de pensioenbeheerders nauwelijks veranderd. Als Gerard Riemen, directeur van de vereniging van bedrijfstakpensioenfondsen (VB) zijn obligate nietszeggendheden debiteert, dan dringt zich onontkoombaar het beeld op van de hoofdopzichter in Jurassic Park. Achter hekken zo hoog dat een buitenstaander onmogelijk naar binnen kan kijken, laat staan invloed kan uitoefenen, bevinden zich dinosaurussen. Dat de grootsten onder hen de herseninhoud van een walnoot hebben, moet in dit verband maar niet teveel benadrukt worden. Die opzichter is zo vervreemd van de normale samenleving, dat hij niet beseft dat de diersoorten die hij in zijn park onder zijn hoede heeft, daarbuiten al lang zijn uitgestorven. Hij heeft ook niet door dat zijn manege bij slecht beheer een gevaar en een bedreiging vormt voor de echte wereld buiten de hekken.

Door het miserabele beheer konden de gevolgen van de huidige en eerdere financiële crises niet adequaat worden aangepakt en kraakt het pensioenstelsel nu in zijn voegen. Nog steeds maken dezelfde vakbonden en werkgevers, ondanks gebleken ongeschiktheid, de dienst uit. Nog steeds wordt tot elke prijs en met alle middelen geprobeerd buitenstaanders medezeggenschap te onthouden. Nog steeds probeert men de fictie op te houden dat alles wel is in pensioenland. Nog steeds rekruteert men oppassers en fondsbestuurders uit een wereld die op uitsterven na dood is. Ondanks de feiten.

Wat zijn die feiten? Een commissie van De Nederlandsche Bank (DNB) heeft vastgesteld dat bij veel pensioenfondsen veel te grote beleggingsrisico’s zijn genomen. De commissie Frijns (tot juli 2005 was Frijns directeur beleggingen van het ABP) heeft in een nog recenter rapport gesteld dat de kennis van zaken over economisch risicomanagement binnen veel pensioenfondsbesturen ondermaats is, waardoor vele miljarden verspeeld zijn. Slachtoffers zijn – natuurlijk – niet de vakbonds- en werkgeversbestuurders die voor hun gebrek aan kennis en verantwoordelijkheidsgevoel nog steeds beloond worden met plaatsen op het pluche en navenante riante salarissen, uiteraard op onze kosten. Slachtoffers zijn de gepensioneerden die opdraaien voor de gevolgen van dit wanbeleid door het uitblijven van indexatie en dus het achterblijven van de koopkracht. Ook actieven, ook al merken zij er op dit moment qua koopkracht nog niets van moeten zich zorgen maken want hun vooruitzichten op een goed pensioen nemen bijna dagelijks verder af. Time for change, ben je geneigd met Obama te roepen. Maar komt die change er ook? Dat valt te betwijfelen.

Nu ook de commissie Goudswaard haar advies heeft uitgebracht aan minister Donner, wordt er steeds meer duidelijk. Deze commissie onderzocht niet hoe het Nederlandse pensioenstelsel in zwaar weer raakte en welke rol wanbestuur en wanbeleid daarin speelden en nog spelen. De commissie Goudswaard gaat domweg uit van de huidige situatie en kijkt wie men de zwarte piet kan toespelen. Dat zijn – het was te voorspellen – de verplichte deelnemers van de bedrijfstakpensioenfondsen voor wie het allemaal volgens Goudswaard best wat minder kan.

Dat pensioenpremies jarenlang veel te laag zijn vastgesteld en het consequent hanteren van een kostendekkende premie in principe het stelsel van aanvullende pensioenen bestand tegen vergrijzing maakt, geen woord erover. Men stelt simpelweg dat de premies niet omhoog kunnen – dat zou slecht zijn voor de economie. Maar wiens economie dan? Je zou toch zeggen dat de economie er voor de mensen is, in plaats van omgekeerd. Volgens Goudswaard redenering is sparen dan ook slecht voor de economie.

Dit rapport is een onverdunde illustratie van het huidige werkgeversdenken waarin de werknemer, en zeker de gepensioneerde, een kostenpost betekent waarop tot elke prijs bespaard moet worden. Ongeacht eerdere toezeggingen, ongeacht gewekte verwachtingen en vooral ongeacht het wanbeleid, de oorzaak van de huidige wantoestand. Want niet de veroorzaker van de ellende, maar het slachtoffer mag de prijs betalen. En hij moet daarbij vooral ook zijn mond houden over zijn eigen uitgestelde loon.

Minister Donner (CDA) is als aartsconservatief al jaren een verlengstuk van Wientjes van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Ach, u kent hun standpunten wel. Het ontslagrecht versoepelen om ouderen te lozen. Deelname van ouderen in het arbeidsproces frustreren en blokkeren. Ouderen uit het arbeidsproces verwijderen tegen zo laag mogelijke kosten. De oudedagsvoorziening beperken onder het mom van efficiency. En natuurlijk zwijgen over schandalen in eigen kring. Bagatelliseren wat er echt speelt en de schuldvraag uit de weg gaan.

En zonder enige gêne de hand ophouden bij de overheid, dus bij de belastingbetaler, als het eigen vrije jongens ondernemerschap in zwaar weer komt. Want hoewel werknemers en gepensioneerden voor Wientjes vooral een kostenpost zijn, is het toch wel prettig als hun slinkende koopkracht kan dienen om zijn eigen achterban financieel uit de zelfbereide puree te halen. En minister Donner? Die voert met steun van zijn partij deze werkgeversagenda stap voor stap uit. Hij heeft de conclusies van het rapport Goudswaard nog nauwelijks kunnen lezen (waarschijnlijk wist hij vooral al wat er uit zou komen) of hij spoort de sociale partners al aan om het pensioenstelsel naar de ideeën van Goudswaard op de schop te nemen. Uiteraard alweer zonder daar de verplichte deelnemers in de fondsen bij te betrekken. Die zijn er om rekeningen te voldoen, niet om mee te praten over hun uitgestelde loon dat ze gedurende een leven van vaak zeer hard werken opgebouwd hebben. Na eerst belubberd te zijn worden we dan nu bedonnerd.

Verplichte deelname aan pensioenfondsen heeft een aantal niet te onderschatten voordelen. Zo behoedt het ons voor het feit dat het heel menselijk is reserveringen voor de toekomst uit te stellen tot het te laat is. Verplichtstelling voorkomt dus veel ellende in de toekomst. Steeds meer blijkt er echter een keerzijde aan die gedwongen winkelnering te zijn. Die situatie leidt immers tot onaanvaardbare arrogantie en regentesk gedrag bij pensioenfondsbestuurders. Zij kunnen zich alles veroorloven, de deelnemer kan geen kant op. Al veertig jaar wordt gestreden voor medezeggenschap, voor een stem in het beheer van het eigen uitgestelde loon.

Met politieke steun van PvdA en CDA wordt dit volstrekt redelijke verlangen echter al decennia lang gefrustreerd en geblokkeerd. Het is genoeg geweest. Het wordt de hoogste tijd, niet om de verplichtstelling helemaal over boord te gooien, maar wel om deelnemers keuzevrijheid te geven bij welk pensioenfonds men zich wil aansluiten. Als deelnemers kunnen stemmen met de voeten, zou, denk ik, het ABP dat zich zo graag bestuurlijk tooit met financiële potsenmakers, brokkenmakers en baantjesjagers als Borghouts en Nijpels, binnen een paar jaar de helft van zijn bestand verliezen, als het op de oude weg doorgaat. De door sommigen bepleite noodzaak om deze moloch op te splitsen in kleinere hanteerbaarder eenheden zou daarmee in één klap gerealiseerd zijn. Als we toch over veranderingen spreken, ligt deze wel erg voor de hand.

Ouderen zijn van een generatie die overwegend is opgegroeid met een groot vertrouwen in de overheid. Het geven van vertrouwen impliceert dat degene die het vertrouwen krijgt dat ook verdient, dus betrouwbaar is. In de afgelopen decennia hebben steeds meer ouderen gemerkt dat die overheid hun vertrouwen niet waard was. Ouderen roeren zich dan ook steeds meer. De ouderenorganisaties, verenigd in de Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties (CSO) komen steeds harder op voor hun financieel-economische belangen en voor betekenisvolle medezeggenschap.

Een goede zaak. Het wordt de hoogste tijd dat met name ouderen die zich op de arbeidsmarkt niet kunnen verdedigen bij de komende verkiezingen eens goed kijken welke partijen hun belangen geschaad en verkwanseld hebben. We zijn nu wel genoeg belubberd en bedonnerd.