De harde boodschap van de senator: ‘Niemand kent de OSF’
OSF senator Kees de Lange is verbolgen en bezorgd. Vooropgesteld, hij is er niet op uit om mensen ongenuanceerd tegen de schenen te schoppen. Daarvoor is hij te integer. Waar het om gaat is dat hij ongerust is over de huidige status van de OSF en verbolgen over de voorgenomen decentralisatie van de regering. “De Rijksoverheid gooit alle problemen over de schutting bij de gemeenten.” Het huidige regeringsbeleid baart hem oprecht zorgen. Daarnaast roept de rol die de OSF momenteel in het politieke landschap vervult tal van vragen bij hem op. “Bij ongewijzigd beleid kun je je afvragen of de OSF in haar huidige opzet nog wel levensvatbaar is”, stelt de senator vast. Een boeiend gesprek over decentralisatie, krimp, OSF strategie en populistisch gebabbel.
Gemeenten worden in 2015 verantwoordelijk voor jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Een deel van deze taken hebben zij nu ook al, een deel nemen zij over van de Rijksoverheid. Dit heet decentralisatie. “Aan decentralisatie zitten twee kanten”, legt Kees de Lange uit. “Het is een gouden kans of een gifpil. Kansrijk is decentralisatie alleen als het aan een aantal voorwaarden voldoet. Het Rijk dient dan het bijbehorende budget te leveren en niet louter de problematiek over de schutting bij de gemeenten te gooien. Daarnaast moet je gemeenten ook de tijd gunnen om relevante kennis en ervaring op te doen. En dat gebeurt evenmin. Helaas is ook decentralisatie ondergeschikt gemaakt aan de bezuinigingsmanie van dit kabinet. In de voorgenomen decentralisatiepraktijk treden grote verschillen op tussen gemeenten. Ik maak me aanzienlijke zorgen over de Jeugdwet die 1 januari 2015 moet ingaan. Zeker als het gaat over de overheveling van de jeugd-ggz naar gemeenten. Je praat hier over een heel kwetsbare groep jongeren. Binnen die groep bevindt zich een beperkt aantal ernstige gevallen. De bekostiging van hun behandelingen geschiedt nu centraal. Wat brengt het allemaal niet met zich mee als dat straks over vierhonderd gemeenten moet worden verdeeld? “Stel je eens voor een vierkant met vierhonderd vakjes”, schetst hij evocatief. “Een zoutstrooier strooit vervolgens zout over dat vierkant. Dan zie je dat de zoutkorreltjes zich onevenredig over de vakjes verdelen. Sommige bevatten nauwelijks zoutkorrels, andere vakken meer dan gemiddeld. Ofwel, de ene gemeente is financieel goed af, een andere gemeente krijgt het financieel stevig voor de kiezen. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn. Tussen de gemeenten onderling moet er dan op zijn minst een soort vereveningsproces tot stand komen zodat dergelijke risico’s enigszins kunnen worden gedeeld.”
Maar pleit de OSF nou juist niet voor meer ruimte voor het eigen initiatief, voor het zelf vormgeven aan de directe leefomgeving? De Lange knikt. “Burgers dichter bij zaken betrekken die hen daadwerkelijk aangaan is een uitstekend uitgangspunt. Maar dan moet je als OSF ook een strategie hebben over hoe je dat doet en hoe je vanuit je eigen belang en eigen doelstelling daar op in speelt. En daar ontbreekt het momenteel aan.”
De senator lucht zijn hart en kraakt harde noten. Hij constateert dat de OSF het bij de laatste Statenverkiezingen slecht heeft gedaan. Slechts één zetel in de senaat. Bereikt nota bene via een stemconstructie. “De OSF heeft van dat debacle niets geleerd. Er is geen nieuwe strategie ontwikkeld die de kansen bij de komende Statenverkiezingen in maart 2015 vergroot. Bij verkiezingen voor de Eerste Kamer vertegenwoordigen Statenleden in verschillende provincies verschillende stemwaarden, afhankelijk van het aantal Statenleden en het aantal inwoners in die provincie. Electoraal gezien zou de OSF vooral gebaat zijn bij een sterke positie in provincies die een hoge stemwaarde vertegenwoordigen. Is daar strategisch ooit over nagedacht? Nee nooit. Ander voorbeeld. In sommige provincies maken meerdere partijen deel uit van de OSF. Partijen die vaak meer bezig zijn met elkaar in het politieke vaarwater te zitten dan het samenwerkingsverband te zoeken. Een gemiste kans voor een koepelorganisatie. Nog een paradigma dat binnen de OSF opgeld doet. De OSF heeft geen programma nodig concludeerde OSF voorzitter Jabik van der Bij tijdens het afgelopen congres. Waar is die stelling op gebaseerd? En wat is het realiteitsgehalte daarvan? In mijn ogen is het gerationaliseerde gemakzucht. Het niet hebben van een aansprekend programma werkt tegen je. Als je zelf al niet weet wat je wil, hoe moet de kiezer het dan weten?”
Kees de Lange constateert dat het OSF bestuur zich teveel laat leiden door de adviezen van politicoloog André Krouwel. Gedecideerd: “Krouwel zet open deuren alleen nog maar wat verder open. Het is pseudowetenschap”, aldus De Lange, zelf erkend wetenschapper. “De voorspelling die Krouwel doet dat een kwart van de stemmen bij de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen wordt opgehaald door lokale partijen heeft geen enkele waarde. Het is al decennia zo dat lokale partijen rond die koers scoren bij gemeenteraadsverkiezingen. Het is populistisch gebabbel. Bovendien, er bestaat geen enkele garantie dat stemmen die eventueel naar lokale partijen gaan tijdens de gemeenteraadsverkiezingen als vanzelfsprekend leiden tot meer stemmen voor de provinciale partijen in 2015. Het suggereert dat je zonder enige strategie straks gemakkelijk kunt oogsten als OSF. Een opportunistische illusie die wel eens het einde van de OSF zou kunnen inluiden”
Strategie, het loopt als een rode draad door zijn exposé. “Waar het om gaat is dat de OSF een zichtbare partij is. Herkenbaar voor kiezers. Met een aansprekend programma. Overigens, het is niet allemaal kommer en kwel. Binnen de OSF functioneren ook een aantal provinciale partijen die hun beleid prima op de rails hebben. Maar er zijn ook partijen waarvan ik in de 2,5 jaar dat ik nu senator ben nog nooit iets heb vernomen. Terwijl ik toch een zeer bereikbaar persoon ben.”
De Lange pleit er voor als de wiedeweerga aan de slag te gaan met de voorbereidingen van de Statenverkiezingen in 2015. “De enige strategie om je aan de totale vergetelheid te ontworstelen is dat het OSF bestuur professionals benoemt die zich louter bezig houden met die aanstaande Statenverkiezingen. Niemand kent de OSF. Maak je krachtig door alleen in zee te gaan met provinciale partijen die iets willen en kunnen betekenen. Die banden willen creëren met gemeenten en gemeentelijke organisaties die er toe doen. Goede voorbeelden zijn de Fryske Nasjonale Partij en de Ouderen Partij Noord-Holland die ook meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Maak je ook sterk voor een partijoverstijgend gemeenschappelijk thema. Natuurlijk kun je door de diversiteit aan standpunten van de deelnemende partijen niet alle onderwerpen onder één noemer krijgen. Onmogelijk, dat is een chasse patat. Maar bijvoorbeeld een thema als krimp leent zich uitstekend voor een gezamenlijk standpunt. In 23 regio’s in Nederland heeft de krimp al om zich heen gegrepen of zet binnen afzienbare tijd in. Met overal dezelfde mechanismen. Van afnemende werkgelegenheid en wegtrekkende jongeren tot het verdwijnen van tal van voorzieningen. Hoe moet je dat tij keren is de politieke vraag. Om die vraag te beantwoorden zouden gezamenlijke provinciale partijen uitstekend eendrachtig het voortouw kunnen nemen.”
Het is duidelijk dat Kees de Lange hecht aan een rationele reële afweging als het gaat over de positiebepaling van de OSF. In zijn ogen wordt het tijd om anders tegen de zaken aan te kijken. Wie neemt de uitdaging aan?
Frans Hermans