Zo’n tien jaar geleden stonden de media nog niet vol van het woord ‘vertrouwen’. Nu is er nauwelijks nog een onderwerp te bedenken, zoals de financiële wereld, de zakenwereld, de politiek, ons pensioenstelsel, of het woord ‘vertrouwen’ is niet van de lucht. Het gaat dan altijd om het ‘verder versterken van het vertrouwen’. De redenen zijn natuurlijk duidelijk. Als vertrouwen vanzelf spreekt, hoef je er niet over te praten. Als je tien jaar geleden een willekeurige Nederlander vroeg hoeveel vertrouwen hij in zijn bank of in zijn pensioenfonds had, dan werd je vreemd aangekeken. Je moest uitgebreid zoeken naar mensen die er geen vertrouwen in hadden. Dat beeld is sinds een aantal jaren grondig veranderd. Juist doordat het woord vertrouwen nu te pas en vooral te onpas wordt gebruikt, moeten we constateren dat er met datzelfde vertrouwen iets fundamenteel mis is. Want hoe vaker een woord wordt gebruikt, des te meer problemen er mee zijn. Laten we eens nagaan hoe dat zo is gekomen.
Natuurlijk zitten we midden in een grote financiële crisis. Onverantwoordelijk gedrag van bankiers, ontoereikend risicomanagement, en een stuitende bonusgraaicultuur zijn de hoofdoorzaken van deze crisis. De gemiddelde Nederlander wordt gezien als pion in een verdienmodel die je kunt proberen woekerpolissen en andere criminele financiële producten door de strot te duwen. Waar in redelijkheid de consument mag verwachten dat de financiële toezichthouders bescherming bieden tegen financieel wanbeleid van banken en verzekeraars, is voor iedereen behalve Nout Wellink duidelijk dat men hier enorme steken heeft laten vallen. Even duidelijk is dat in veel gevallen ook de Raden van Commissarissen, veel te vaak gedomineerd door leden van het old boys network die het vooral moeten hebben van hun kennissen en niet van hun kennis, al dan niet bewust hebben zitten slapen. Al met al een treurig beeld. Geen wonder dat de gemiddelde Nederlander uitermate cynisch is geworden over de hele financiële sector.
Ook de wijze waarop tot dusver is geprobeerd de gevolgen van de crisis te bestrijden, heeft het cynisme onder de bevolking slechts versterkt. Banken die door eigen toedoen in ernstige problemen zijn geraakt, zijn door enorme kapitaalinjecties van de overheid en op kosten van de belastingbetaler ‘gered’. De situatie in Nederland is niet zo heel verschillend van die in IJsland, waar een te grote financiële sector als een molensteen om de nek van de burger hangt. De verantwoordelijke bankiers hebben niets van hun arrogantie en graaizucht verloren, en blijven gewoon op hun post. Met hulp van de politiek zijn immers de risico’s mooi afgewenteld op de burger. En om het allemaal nog erger te maken, er is geen enkele garantie dat de kosten voor de belastingbetaler eenmalig zijn. Want er is ongetwijfeld meer economisch zwaar weer op komst.
Ook een nadere beschouwing van het bedrijfsleven leidt niet tot veel vrolijkheid. Mensen als Wientjes van VNO-NCW zingen graag de lof van het vrije ondernemerschap zonder overheidsinterventie op het gebied van arbeidsvoorwaarden, maar voor het geval de vrije jongens wat risico gaan lopen, moet toch de rekening bij voorkeur bij de belastingbetaler worden gelegd. En als de ondernemer met de vingers in de suikerpot wordt betrapt, zoals bij de bouwfraude of de vastgoedfraude, dan wordt snel een financiële schikking getroffen zonder dat de schuldvraag wordt onderzocht, laat staan beantwoord. Wie gelooft dat het bedrag van een dergelijke schikking hoger is dan de door fraude en bedrog verkregen opbrengsten, is aan deskundige hulp toe. Leg dat allemaal maar eens uit aan de burger die zijn belasting iets te laat betaalt en het volle overheidsgeweld over zich heen krijgt.
Ook voor de politiek geldt dat het vertrouwen van de kiezer zelden zo laag was. Ook dat is geen wonder. De politiek stoort zich nauwelijks aan de mening van de kiezer, komt beloften niet na, en laat na in de Eurozone bindende afspraken te maken. Zo blijken onze burgers financieel niet beschermd te zijn tegen frauderende en niet functionerende lidstaten. Uiteraard gaat de rekening voor dit debacle naar de belastingbetaler die via ongeëvenaarde bezuinigingen opnieuw voor de kosten mag opdraaien. Maar over hun eigen riante wachtgelden hoor je politici zelden. Ook de uitverkoop van essentiële Nederlandse belangen, als uitvloeisel van een pervers neoliberalisme, heeft in brede kring kwaad bloed gezet. Daarnaast is de dolgedraaide privatisering van overheidsfuncties met excessieve salarissen voor weinigen en aanzienlijk verslechterde werkomstandigheden voor velen een belangrijke steen des aanstoots. Het totaal ontbreken van ouderenbeleid en het behandelen van ouderen als de jojo’s van onze samenleving heeft miljoenen mensen van de politiek vervreemd. Wel weet de politiek met zeer grote regelmaar te melden hoezeer men zich bezig houdt met het ‘landsbelang’ en met ‘innovatie’. Maar zo langzamerhand begrijpt u dat hoe meer deze woorden worden genoemd, des te minder er van wordt waar gemaakt. De treurige werkelijkheid is dat ons land al jaren lang bezig is af te glijden op allerlei internationale ranglijsten.
De pensioenfondsen dan? Deze fossielen uit een grijs verleden hebben kans gezien het vertrouwen dat de grote meerderheid van de deelnemers eens heeft gehad in deze instellingen, volledig te verspelen. Het voornaamste kenmerk van de bedrijfstakpensioenfondsen, waar zo’n 80% van de Nederlanders verplicht bij is aangesloten, is helaas een volkomen gebrek aan modern maatschappelijk besef. Het is in deze tijd namelijk voor bijna iedereen vanzelfsprekend dat de deelnemers die alle risico’s lopen zonder bevoogding van bonden en werkgevers zeggenschap over hun eigen uitgestelde loon hebben. In feite zijn de fondsen gekaapt door vakbonden en werkgevers die tegen beter weten in een verkalkte bestuursstructuur in stand houden en de competentie missen de financiële belangen van de deelnemers naar behoren te behartigen. Deze onaanvaardbare aanpak wordt bovendien nog eens gecombineerd met een arrogantie en een neerbuigendheid in de richting van met name de gepensioneerden. Dat draagt bij deze categorie alleen maar bij aan de woede over wat zich momenteel omtrent hun uitgestelde loon afspeelt.
Het ABP als grootste pensioenfonds van Nederland zou een voorbeeldfunctie moeten vervullen, en doet dat ook, zij het in uiterst negatieve zin. Een sprekend voorbeeld. Op 4 oktober 2010 organiseert het ABP op kosten van de deelnemers een zogenaamd Rendez-Vous in Den Haag. Deze oefening in public relations wordt als volgt aangekondigd:
Samen werken aan een robuust pensioen
Bouwen aan (nieuw) vertrouwen van deelnemers, gepensioneerden en werkgevers in hun pensioenfonds is hierin de gezamenlijke uitdaging.
En de sprekers bij deze fraaie voornemens? Wel, houd u vast:
Cees Oudshoorn van VNO-NCW, Peter Gortzak van FNV, en Angelien Kemna van de raad van Bestuur van de APG Groep.
Kennelijk gaat het ABP werken aan het al dan niet nieuwe vertrouwen van onder meer gepensioneerden in hun fonds die al jaren lang bij werkenden in koopkracht achterblijven, zonder die gepensioneerden zelf aan het woord te laten over hun eigen uitgestelde loon. Erger nog, het is een regelrechte slag in het gezicht van alle gepensioneerden dat juist Peter Gortzak hier het woord gaat voeren. Deze bondsbons par excellence is, in kongsi met de werkgevers, de voornaamste architect van jarenlange hardnekkige pogingen van de FNV de gepensioneerden buiten spel te houden. Dat een ABP bestuur met open ogen durft te kiezen voor een dergelijke charade is het zoveelste bewijs van hun disfunctioneren.
Terug naar ons thema, het vertrouwen. Nederland staat op een belangrijk kruispunt. Te lang is onze samenleving onder de controle geweest van een zelfbenoemde elite die helaas niet in staat bleek of wilde zijn de belangen van de bevolking als geheel op voldoende niveau te behandelen. Het old boys network is er nadrukkelijk in geslaagd het vertrouwen van de gemiddelde Nederlander volledig te verspelen. Men hoeft geen futuroloog te zijn om te kunnen voorspellen dat dit vertrouwen nooit meer terug komt tenzij er ingrijpende maatregelen worden genomen in de financiële sector, in de politiek, in het bedrijfsleven, of bij de pensioenfondsen. Alleen een volledige cultuuromslag, met het verwijderen uit verantwoordelijke functies van al diegenen die zich incompetent of regelrecht frauduleus betoond hebben, kan helpen het inderdaad broodnodige vertrouwen in ons maatschappelijk en economisch systeem te herwinnen. Met minder nemen burgers van jong tot oud zo langzamerhand geen genoegen meer. De maat is vol.