Rond 1995 kreeg een bedrag van 32 miljard gulden, overeenkomend met 15 miljard euro, uit de kas van het overheidspensioenfonds ABP, een andere bestemming. In gewone mensentaal, dit bedrag werd, onder goedkeurend geknik van het toenmalige bestuur bestaande uit pensioenillusionisten uit vakbonds- en werkgeverskring, gebruikt om de budgettaire problemen van de Staat der Nederlanden te verlichten. Er was immers sprake van overwinst in de pensioenfondsen, en dat zou maatschappelijk niet aanvaardbaar zijn. Woorden van het kabinet Lubbers (CDA) en Kok (PvdA). De verplichte deelnemers in het fonds werd uiteraard niet naar hun mening gevraagd. Verder lezen